ECLI:NL:RVS:2005:AU5374
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- F.P. Zwart
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing aanvraag bijdrage beëindiging beroepsactiviteit visserij
Appellant had bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een aanvraag ingediend voor een eenmalige bijdrage ter beëindiging van zijn beroepsactiviteit als visser. De Minister wees deze aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van de Vergoedingsregeling voor uittreding uit de visserij. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat ten tijde van de aanvraag wel sprake was van een geldige maatschapsovereenkomst, wat een vereiste is voor het verkrijgen van de bijdrage. De Raad van State oordeelde echter dat uit de stukken blijkt dat de maatschapsovereenkomst definitief was beëindigd op 25 maart 2002, ruim vóór de aanvraagdatum. Het feit dat appellant daarna nog een uitkering wegens ziekte ontving, betekent niet dat de maatschapsovereenkomst voortduurde.
Omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zonder onderbreking ten minste 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag werkzaam was op een vissersvaartuig, is niet voldaan aan de voorwaarden van de Vergoedingsregeling. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bijdrage wordt bevestigd.