ECLI:NL:RVS:2005:AU5373
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- F.P. Zwart
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijdrage beëindiging beroepsactiviteit zeevisserij wegens ontbreken maatschapsovereenkomst
Appellant vroeg een eenmalige bijdrage aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor de beëindiging van zijn beroepsactiviteit in de zeevisserij. Deze aanvraag werd door de Minister afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van de Vergoedingsregeling, met name het ontbreken van een geldige maatschapsovereenkomst op het moment van aanvraag.
De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Uit de stukken bleek dat de maatschapsovereenkomst definitief was beëindigd op 1 mei 2002, terwijl de aanvraag pas in oktober 2002 werd ingediend. Het feit dat appellant na die datum nog een ziekte-uitkering ontving van het Sociaal Fonds voor de Maatschapsvisserij betekende niet dat de maatschapsovereenkomst nog voortduurde.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij ten minste twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken werkzaam was op een vissersvaartuig voor de zeevisserij. Hierdoor kon hij niet in aanmerking komen voor de bijdrage. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijdrage wordt bevestigd.