ECLI:NL:RVS:2005:AU4998
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschrift stapelhoogte mestplaat wegens onvoldoende motivering visuele hinder
Bij besluit van 3 maart 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Hulst aan appellante een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een paardenfokkerij. Het aan de vergunning verbonden voorschrift 1.4.6 bepaalde dat de vaste mest op de mestplaat niet hoger mocht worden gestapeld dan 2 meter. Appellante betoogde dat deze beperking onnodig bezwarend was, omdat in het ontwerpbesluit een stapelhoogte van 4 meter was toegestaan en de verlaging tot 2 meter extra kosten met zich meebrengt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de stapelhoogte van 2 meter noodzakelijk was ter voorkoming van visuele hinder. De mestplaat is grotendeels aan het zicht onttrokken en de afstand tot de openbare weg en woningen is zodanig dat een beperking tot 4 meter volstaat. Hierdoor is het besluit in zoverre in strijd met het motiveringsbeginsel en artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het voorschrift 1.4.6 en droeg het college op binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het voorschrift over de maximale stapelhoogte van mest wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het college moet binnen 12 weken een nieuw besluit nemen.