Uitspraak
200504388/4het verzoek om voorlopige voorziening ten aanzien van het besluit tot het aan de vergunning verbinden van de overtreden voorschriften is afgewezen. Ook overigens is niet gebleken dat concreet zicht op legalisatie bestaat.
Raad van State
Dikabo B.V. kreeg op 11 augustus 2005 een last onder dwangsom opgelegd door het college van gedeputeerde staten van Drenthe vanwege het niet naleven van voorschriften verbonden aan een vergunning voor opslag en handel in gebruikte banden op een perceel in Assen. De overtredingen betroffen de voorschriften 7.3.1, 7.3.6 en 7.3.8, die de wijze van opslag regelen.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg op 20 september 2005 bij de Raad van State om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde het verzoek op 4 oktober 2005. Uit het proces bleek dat de overtredingen onomstreden waren en dat handhavend optreden gerechtvaardigd was gezien het algemeen belang, met name de brandveiligheid.
De Voorzitter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat legalisatie van de overtredingen te verwachten was en dat het handhaven niet onevenredig was. Wel werd erkend dat vijf weken begunstigingstermijn te kort was voor de noodzakelijke herinrichting van de opslag. Daarom werd het besluit geschorst tot 1 december 2005 en werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom wordt geschorst tot 1 december 2005 en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.