ECLI:NL:RVS:2005:AU4968
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Cleton
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen bestuursdwang wegens illegale ontgrondingswerkzaamheden
Appellant voerde beroep aan tegen een bestuursdwangbesluit van 20 april 2004, waarbij hij werd verplicht om illegale ontgrondingswerkzaamheden op zijn perceel te staken. Het college van gedeputeerde staten van Fryslân had deze bestuursdwang opgelegd nadat was vastgesteld dat appellant zonder ontgrondingsvergunning sleuven had gegraven en een waterlossing had verbreed en verdiept.
Appellant stelde dat hij geen vergunning nodig had voor het ophogen van zijn perceel en dat de last onterecht met terugwerkende kracht was uitgebreid. Ook voerde hij aan dat het verbod op afvoer van bodemmateriaal tegenstrijdig was. Verweerder erkende dat de last aanvankelijk ontbrak maar stelde dat dit kon worden hersteld en dat de werkzaamheden vergunningplichtig waren.
De Raad van State oordeelde dat de bestuursdwang terecht was opgelegd omdat de werkzaamheden onder de Ontgrondingenwet vergunningplichtig zijn. Het verbod op afvoer van grond was gerechtvaardigd om herstelmogelijkheden te behouden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestuursdwangbesluit wegens illegale ontgrondingswerkzaamheden wordt ongegrond verklaard.