ECLI:NL:RVS:2005:AU4953
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen geluidgrenswaarde nadere eis in milieubeheerbesluit
Verzoeker heeft bij besluit van 6 mei 2004 een nadere eis opgelegd gekregen door het college van burgemeester en wethouders van Delft, waarin strengere geluidgrenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAeq) werden gesteld voor zijn inrichting. Verzoeker betwist deze eis en stelt dat de geluidhinder niet onaanvaardbaar is, dat de omgeving verkeerd is gekarakteriseerd en dat het akoestisch rapport niet representatief is.
De Voorzitter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en geoordeeld dat het akoestisch onderzoek aannemelijk representatief is, maar dat de gestelde geluidgrenswaarde voor de avondperiode lager is dan het referentieniveau van het omgevingsgeluid zonder dat hiervoor een bestuurlijke afweging is gemaakt. Dit maakt het besluit mogelijk strijdig met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Verder is vastgesteld dat de inrichting niet in een uitgaansgebied ligt, zodat een verhoging van de norm met 5 dB(A) niet aan de orde is. Ook is het terecht dat geen bedrijfsduurcorrectie is toegepast. De Voorzitter schorst daarom het besluit voor zover het de geluidgrenswaarde in de avondperiode betreft en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit wordt geschorst voor zover het de geluidgrenswaarde in de avondperiode betreft.