ECLI:NL:RVS:2005:AU4600
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Vergunning ontgronding perceel voor natuurontwikkeling niet onrechtmatig verleend
Verweerder verleende op 12 april 2005 een vergunning onder voorschriften voor het ontgronden van een perceel ten zuiden van de Langeweg te Zeeland, gericht op natuurontwikkeling met name voor de kamsalamander. Appellant, eigenaar van een aangrenzend landbouwbedrijf, stelde beroep in tegen deze vergunning vanwege mogelijke waardedaling, belemmeringen bij exploitatie, droogteschade, schade door wild, stuifschade en toename van onkruid.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat bezwaren die betrekking hebben op de toekomstige andere dan agrarische functie van het perceel, zoals waardedaling en wildschade, niet meewegen bij de beoordeling van de ontgrondingsvergunning. De vergunning is in overeenstemming met het nieuwe bestemmingsplan dat op 31 maart 2005 is vastgesteld, en de ontgronding kan pas plaatsvinden nadat dit bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.
Verder zijn er voorschriften opgenomen om wateroverlast te voorkomen, waaronder een duiker met stuw en monitoring van de grondwaterstand. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze maatregelen ontoereikend zijn. Ook de vrees voor stuifschade wordt beperkt door de windrichting, het jaargetijde en de bereidheid van de aanvrager om maatregelen te treffen. De Afdeling concludeerde dat verweerder het besluit in redelijkheid heeft kunnen nemen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor ontgronding is ongegrond verklaard.