ECLI:NL:RVS:2005:AU4567
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning en vrijstelling voor woningbouw in strijd met bestemmingsplan in Soest
Het college van burgemeester en wethouders van Soest verleende op 17 juli 2002 vrijstelling en een bouwvergunning voor de bouw van een vrijstaande woning met bijkeuken/berging op een perceel in Soest. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank Utrecht verklaarde het bezwaar aanvankelijk gegrond en vernietigde de beslissing, maar bij een latere uitspraak wees de rechtbank het beroep van appellant af.
Appellant stelde dat het college geen vrijstelling en vergunning had mogen verlenen, onder meer omdat het bouwplan omvangrijker was dan een eerder door het college afgewezen plan en omdat er onduidelijkheid bestond over de afstand tot de perceelgrens. De Raad van State oordeelde dat het college de nieuwe aanvraag op zichzelf moest beoordelen en dat de afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelgrens betrekking heeft op het hoofdgebouw, conform het bestemmingsplan.
Verder stelde appellant dat de bouw het wortelstelsel van bomen zou aantasten, parkeerproblemen zou veroorzaken en de verkeersveiligheid zou schaden. Deze bezwaren werden door het college gemotiveerd weerlegd en appellant maakte onvoldoende aannemelijk dat deze standpunten onjuist waren. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.