ECLI:NL:RVS:2005:AU4148
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs en geschiktheidsonderzoek wegens verward gedrag
De algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen heeft op 14 juni 2004 besloten dat appellant verplicht is mee te werken aan een onderzoek naar zijn geschiktheid om motorrijtuigen te besturen, en heeft de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank Arnhem bevestigd in maart 2005.
Appellant stelde dat het gedrag dat tot het onderzoek leidde deels buiten de auto plaatsvond en daarom niet meegewogen mocht worden. De rechtbank oordeelde echter dat de algemene psychische gesteldheid van appellant relevant is voor de geschiktheidsbeoordeling. De Raad van State deelt deze opvatting en wijst het hoger beroep af.
Hoewel appellant inmiddels een nieuw rijbewijs heeft ontvangen, heeft hij nog steeds belang bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit, mede omdat hij door het besluit schade heeft geleden in zijn paranormale praktijk. De Raad van State bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schorsing van het rijbewijs en het geschiktheidsonderzoek worden bevestigd.