Uitspraak
200204745/1de minister voor wat betreft de beantwoording van de vraag of een vergunning en/of toestemming al dan niet kan worden verleend, beschikt over beoordelingsvrijheid. De uitleg die in het kader van het beleid ten aanzien van die beoordelingsvrijheid - neergelegd in paragraaf 2.1, onder c, van de circulaire - aan de term betrouwbaarheid als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de Wet pbr is gegeven, is niet kennelijk onredelijk of onjuist. De rechtbank heeft te dien aanzien terecht overwogen dat het hier gaat om een stringent beleid.