ECLI:NL:RVS:2005:AU4144
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing tegemoetkoming winstderving na vuurwerkramp Enschede
Appellanten, eigenaren van een groente- en fruitwinkel, vroegen een tegemoetkoming voor winstderving door de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000. Hun aanvraag werd door het bestuur van de Stichting financiële hulpverlening vuurwerkramp afgewezen omdat zij hun onderneming direct na de ramp hadden gesloten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heropende het onderzoek en stelde vast dat het bestuur het criterium van voortzetting van de onderneming niet correct had gemotiveerd, mede omdat het rapport van BCE onvoldoende onderbouwing gaf voor het herstel van het inkomen.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het bestuur. Echter, nieuwe berekeningen van BCE en aanvullende gegevens toonden aan dat het verlies van klanten slechts 13% bedroeg, in plaats van de door appellanten gestelde 80%. Hierdoor was het besluit alsnog toereikend gemotiveerd en werden de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
De Afdeling veroordeelde het bestuur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten. De Regeling tegemoetkoming schade ondernemingen vuurwerkramp is bedoeld voor levensvatbare ondernemingen die hun activiteiten niet geheel of gedeeltelijk staken door de ramp, wat hier van belang was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, eerdere besluiten worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.