ECLI:NL:RVS:2005:AU3802
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- J.A.M. van Angeren
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding tijdelijke hinder HSL-Zuid na overdracht woning
Het algemeen bestuur van het Schadevergoedingsschap HSL-Zuid wees het verzoek van appellanten om schadevergoeding af, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank Rotterdam ongegrond werden verklaard. Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
Appellanten stelden aanspraak te maken op het resterende deel van een eerder toegekende schadevergoeding voor tijdelijke hinder, die was berekend over de periode 2001-2006 en toegekend aan de vorige eigenaren van hun woning. De Raad van State oordeelde dat deze vergoeding slechts gold tot de overdracht van de woning aan appellanten en dat het besluit onherroepelijk was. Bovendien heeft een aanspraak op schadevergoeding een persoonsgebonden karakter, waardoor afspraken tussen de vorige eigenaren en appellanten niet relevant zijn.
Verder stelde appellanten dat zij het risico van tijdelijke hinder niet hadden aanvaard, maar de Raad van State stelde vast dat de planologische kernbeslissing HSL-Zuid al in 1997 was vastgesteld en de werkzaamheden feitelijk al waren begonnen toen appellanten de woning in 2002 kochten. Hierdoor was de hinder voorzienbaar en hebben zij het risico daarvan aanvaard.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wordt bevestigd.