Uitspraak
200206222/1, AB 2003/355, heeft het niet instellen van hoger beroep tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank tot gevolg dat, indien in beroep tegen de nieuwe beslissing op bezwaar beroepsgronden worden aangevoerd die door de rechtbank in die eerdere uitspraak uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn verworpen, de rechtbank van de juistheid van het eerdere gegeven oordeel heeft uit te gaan. Nu ter zitting is gebleken dat appellanten ten tijde van de uitspraak van 10 september 2003 bekend waren met de uitspraak van de Afdeling van 6 augustus 2003, bestaat geen grond voor het oordeel dat hen niet kan worden tegengeworpen geen hoger beroep te hebben ingesteld tegen het in de uitspraak van 10 september 2003 vervatte oordeel van de rechtbank omtrent de welstand.