ECLI:NL:RVS:2005:AU3797
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- W. van den Brink
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vrijstelling perifere detailhandel in Purmerend
Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend weigerde op 24 oktober 2002 een vrijstelling voor perifere detailhandel voor een pand aan de Van IJsendijkstraat 403-409. Deze weigering werd bevestigd in een besluit van 2 juni 2004 en later door de rechtbank Haarlem ongegrond verklaard in november 2004. Appellante, ITD Real Estate B.V., stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de gevraagde vrijstelling niet paste binnen het gemeentelijke detailhandelsbeleid. Het beleid onderscheidt gebieden binnen Purmerend en staat perifere detailhandel toe in het gebied 'Overig Purmerend met uitzondering van de Kop van West', waaronder de locatie valt. Het college had niet aannemelijk gemaakt dat de meubelverkoop niet in aanmerking kwam voor vrijstelling, noch dat alternatieve locaties beschikbaar waren.
Daarnaast ontbrak het zicht op de realisering van het geplande woonthemacentrum 'Kop van West' en waren er geen concrete gegevens over de noodzaak om industrieterrein te behouden. Hierdoor was het besluit van het college in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wegens gebrekkige motivering.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 2 juni 2004 en het vonnis van de rechtbank Haarlem, en bepaalde dat het beroep bij de rechtbank alsnog gegrond wordt verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het beroep bij de rechtbank alsnog gegrond verklaard.