ECLI:NL:RVS:2005:AU3782
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- W. van den Brink
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dwangsom voor beëindiging kamerverhuur zonder vergunning in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde appellante een dwangsom op om het gebruik van een pand als kamerverhuurpand te beëindigen of de brandveiligheidsvoorzieningen te treffen. Appellante voerde aan dat zij op grond van een brief vertrouwen had gekregen op vergunningverlening en dat het college geen aanvullende eisen mocht stellen zonder verleende vergunning.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de brief van het college geen rechtens te honoreren verwachtingen schept omdat de vergunning nog niet was verleend. Tevens is het college bevoegd om bij beoordeling van een aanvraag het actuele beleid toe te passen, ook als dat beleid na de aanvraag is aangescherpt.
Verder is geoordeeld dat de dwangsom in verhouding staat tot het doel en dat de begunstigingstermijn niet onredelijk kort is gezien het brandveiligheidsrisico. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.