ECLI:NL:RVS:2005:AU3780
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning ondanks bezwaar over verbindingsweg naar woning
Het college van burgemeester en wethouders van Blaricum verleende op 21 november 2002 een bouwvergunning voor het oprichten van een woning op een perceel in Blaricum. Appellant, als erfgenaam van de overledene, maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de verbindingsweg naar het perceel niet voldoet aan de eisen van artikel 2.5.3 van de gemeentelijke bouwverordening, met name dat de weg niet verhard zou zijn en niet geschikt voor het te verwachten verkeer.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Tijdens de behandeling van het hoger beroep stelde appellant dat de verbindingsweg onvoldoende was, terwijl het college en vergunninghouder hun standpunten verdedigden.
De Raad van State oordeelde dat artikel 2.5.3 van de bouwverordening niet vereist dat de verbindingsweg verhard moet zijn in de strikte zin van het woord, maar dat deze geschikt moet zijn voor verhuisauto's, hulpverleningsvoertuigen en het overige te verwachten verkeer. Op basis van ter zitting getoonde foto's en de vastgestelde situatie concludeerde de Raad dat de bosweg als verbindingsweg voldoet aan deze eisen, mede doordat het wegdek vergelijkbaar is met dat van de openbare Heideweg.
Daarmee is het college terecht uitgegaan van de geschiktheid van de verbindingsweg en staat deze bepaling de bouwvergunning niet in de weg. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning blijft gehandhaafd.