ECLI:NL:RVS:2005:AU3778
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning stationscomplex Weidevenne Purmerend ondanks bezwaar appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend verleende op 19 januari 2005 een bouwvergunning aan Prorail voor het oprichten van een stationscomplex in het centrumgebied Weidevenne te Purmerend. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de voorzieningenrechter, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat nader onderzoek niet nodig was en dat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak passend was. Appellant betoogde dat het stationscomplex vergunningplichtig was op grond van de Wet milieubeheer en dat de aanvraag om bouwvergunning had moeten worden aangehouden. De Raad van State stelde echter vast dat het stationscomplex niet viel onder vergunningplichtige inrichtingen volgens het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, maar wel als een gebouw dat meldingsplichtig is onder het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer.
De Raad van State bevestigde dat het college terecht had geoordeeld dat een melding volstond en dat geen aanhouding van de vergunningaanvraag nodig was. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning voor het stationscomplex bevestigd.