ECLI:NL:RVS:2005:AU3376
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere subsidievaststelling door College voor Zorgverzekeringen voor verzorgingshuis 1998
Het College voor Zorgverzekeringen (CvZ) stelde bij besluit van 1 augustus 2002 de subsidie voor een verzorgingshuis in Rotterdam-Hoogvliet over 1998 lager vast dan door de Ziekenfondsraad toegekend en vorderde een teveel betaalde voorschotbedrag terug. De stichting appellante stelde beroep in tegen deze vaststelling, maar de rechtbank Rotterdam verklaarde dit beroep ongegrond.
Appellante voerde aan dat zij kosten voor tijdelijke huisvesting en exploitatiekosten in verband met renovatie had gemaakt die onvoldoende waren erkend, en dat het CvZ onterecht niet gebonden was aan afspraken met het college van burgemeester en wethouders over de berekeningssystematiek van de subsidie. Verder werd een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel en vergoeding van kosten zoals afschrijvingen en lease.
De Raad van State oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kosten daadwerkelijk waren gemaakt en dat het CvZ niet gehouden was af te wijken van de Subsidieregeling. De afspraken met het college binden het CvZ niet, en het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan onderbouwing. De lagere subsidievaststelling was terecht en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van het CvZ om subsidies lager vast te stellen indien activiteiten niet geheel hebben plaatsgevonden of de subsidieverlening onjuist was, mits de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de lagere subsidievaststelling door het CvZ wordt bevestigd.