ECLI:NL:RVS:2005:AU3006
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vergunning voor inrichting TBS-behandeling wegens ontbreken bedenkingen
Bij besluit van 4 maart 2005 verleende het bevoegd gezag een vergunning aan een vergunninghouder voor het veranderen en in werking hebben van een inrichting voor de behandeling van TBS-gestelden, gelegen te Eibergen. Dit besluit werd op 9 maart 2005 ter inzage gelegd. Appellanten stelden beroep in bij de Raad van State op 18 april 2005.
Appellanten voerden aan dat zij redelijkerwijs niet konden worden verweten geen bedenkingen te hebben ingebracht tegen het ontwerpbesluit, onder meer omdat zij geen kennisgeving hadden ontvangen zoals voorgeschreven in artikel 13.4 van de Wet milieubeheer. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bevoegd gezag geen onjuiste toepassing had gegeven aan artikel 13.4, omdat de woningen van appellanten op meer dan 200 meter afstand lagen en de milieubelasting gering was.
Verder bleek uit de stukken dat appellanten sub 2 wel een kennisgeving hadden ontvangen waarin zij werden uitgenodigd binnen vier weken bedenkingen in te dienen. Het feit dat zij dit niet deden en dat zij werden ontraden bedenkingen in te dienen, was onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk gemaakt.
Ook het verweer dat het uiteindelijke besluit inhoudelijk afweek van het ontwerpbesluit werd verworpen, omdat er alleen redactionele verschillen waren die niet relevant zijn voor het beroepsrecht. Gelet hierop voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 20.6, tweede lid, aanhef en onder a, c en d, van de Wet milieubeheer, zodat het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de inrichting is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bedenkingen tegen het ontwerpbesluit.