ECLI:NL:RVS:2005:AU2634
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.A.M. van Angeren
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatig bezwaar tegen afvaloverbrenging naar Duitsland
Appellante, Ter Horst Milieu B.V., verzocht om schadevergoeding wegens hogere verwerkingskosten van afval nadat verweerder bezwaar maakte tegen de overbrenging van afval naar Duitsland. Het bezwaar van 30 juni 2003 werd later herroepen, waarbij partijen niet in geschil waren dat het bezwaar onrechtmatig was en schadevergoeding in beginsel toekomt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde dit. Vervolgens werd de schadeberekening van appellante beoordeeld, waarbij een bedrag van €80.264,00 aan meerkosten werd opgevoerd. Na correctie van een te hoog opgenomen bedrag van €166,80 werd een schadevergoeding van €80.097,20 vastgesteld, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16 maart 2004.
Verweerder voerde aan dat slechts een deel van de capaciteit van de kennisgeving was benut, maar dit werd verworpen omdat aannemelijk was dat appellante zonder bezwaar de volledige capaciteit had kunnen benutten. Ook werd het betoog dat appellante de schade had kunnen beperken niet aannemelijk geacht.
De Raad van State veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van de schadevergoeding, wettelijke rente, proceskosten van €644,00 en griffierecht van €273,00. Deze uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Appellante krijgt een schadevergoeding van €80.097,20 plus wettelijke rente en vergoeding van proceskosten en griffierecht toegekend.