ECLI:NL:RVS:2005:AU2602
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. van Kreveld
- D. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen verlening omgevingsvergunning voor veehouderij ondanks stankhinder
Bij besluit van 25 januari 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Nijefurd een omgevingsvergunning voor een melkrundvee- en scharrellegkippenhouderij. Appellant stelde beroep in tegen deze vergunning, stellende dat de emissiefactoren voor stankhinder onjuist waren toegepast en dat cumulatieve stankhinder onvoldoende was meegewogen.
De Raad van State oordeelde dat het beroep tijdig was ingediend en dat de beoordelingsvrijheid van de vergunningverlener zich uitstrekt tot het hanteren van een berekeningsmethode voor emissiefactoren die aansluit bij technisch vergelijkbare stalsystemen. De Raad verwierp het betoog dat een advies van de inspectie milieuhygiëne noodzakelijk was, mede omdat deze inspectie de gelegenheid had gekregen advies uit te brengen maar hiervan geen gebruik maakte.
Ten aanzien van de cumulatieve stankhinder stelde de Raad vast dat de woning op het nabijgelegen perceel als voormalige bedrijfswoning niet als stankgevoelig object hoeft te worden beschouwd. De bijdrage van de inrichting aan de stankbelasting op deze en andere woningen werd als verwaarloosbaar beoordeeld, mede door de aanwezigheid van andere, zwaarder belaste inrichtingen in de omgeving.
De overige bedenkingen van appellant werden niet voldoende onderbouwd om het besluit aan te tasten. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlening van de omgevingsvergunning is ongegrond verklaard.