ECLI:NL:RVS:2005:AU2173
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. Konijnenbelt
- W.S. van Helvoort
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom opslag geurveroorzakende afvalstoffen
Verzoekster kreeg op 15 februari 2005 lasten onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van voorschriften verbonden aan haar milieuvergunning van 10 juni 2003. Het betrof onder meer de verplichting om geurveroorzakende afvalstoffen binnen drie weken in een gesloten ruimte of afgesloten containers op te slaan.
Verzoekster stelde dat het binnen drie weken volledig afsluiten niet haalbaar was vanwege praktische redenen zoals het verplaatsen van machines, levertijden en hoge kosten van containeropslag. Tevens stelde zij dat het doel van het voorschrift, het voorkomen van geurhinder, reeds was bereikt omdat geen geurbelasting was geconstateerd en er geen klachten waren geregistreerd.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat verweerder bevoegd was tot handhaving, maar dat gezien de omstandigheden en het ontbreken van gemotiveerd verweer van verweerder aanleiding was om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De last onder dwangsom werd geschorst tot 1 januari 2006, en verzoekster kreeg proceskosten en griffierecht vergoed.
Uitkomst: De last onder dwangsom voor opslag van geurveroorzakende afvalstoffen is geschorst tot 1 januari 2006.