ECLI:NL:RVS:2005:AU2165
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Nederlanderschap ondanks ambtelijk verzuim gemeente
De minister heeft bij besluiten van 8 september 2003 verzoeken van vreemdelingen om het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De rechtbank Zwolle verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de vraag of onjuiste informatie van de gemeente aan de vreemdelingen, waardoor zij hun verzoeken om naturalisatie te vroeg indienden, kan worden aangemerkt als ambtelijk verzuim dat toepassing van artikel 10 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) rechtvaardigt. De minister betoogde dat de gemeente niet bevoegd is om over naturalisatie te beslissen en dat diens mededelingen hem niet binden.
De Raad van State oordeelt dat hoewel de gemeente geen beslissende bevoegdheid heeft, de burgemeester wel een belangrijke rol speelt in de naturalisatieprocedure, waaronder het geven van voorlichting. Indien sprake is van onjuiste informatie of toezeggingen die tot onjuiste indiening leiden, kan dit ambtelijk verzuim zijn dat toepassing van artikel 10 RWN Pro rechtvaardigt. De minister mocht daarom niet zonder meer volstaan met het standpunt dat hem niets te verwijten valt. Desondanks concludeert de Raad dat de rechtbank de aangevallen uitspraak met verbetering van de gronden moet bevestigen en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdelingen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het Nederlanderschap en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.