ECLI:NL:RVS:2005:AU2117

Raad van State

Datum uitspraak
30 augustus 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200506753/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • E.M.H. Hirsch Ballin
  • M.A.G. Stolker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1.4 Besluit Opslag- en transportbedrijven milieubeheerArt. 4, tweede lid Besluit Opslag- en transportbedrijven milieubeheerArt. 8:81 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom opslag verfproducten in strijd met milieuregels

Sikkens Verkoop B.V. kreeg op 19 juli 2005 een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn vanwege opslag van verfproducten in strijd met voorschrift 2.1.4 van het Besluit Opslag- en transportbedrijven milieubeheer. Dit voorschrift vereist dat opslag van gevaarlijke stoffen boven 25 kilogram of liter plaatsvindt in een opslagruimte die voldoet aan CPR 15-1.

Verzoekster betoogde dat zij forse investeringen moet doen om aan CPR 15-1 te voldoen, terwijl de opslag al voldoet aan de aangekondigde vervanging van CPR 15-1 door Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15 (PGS 15). De Voorzitter nam aan dat de opslag niet volgens CPR 15-1 was, maar erkende dat de vraag naar legalisatie van de opslag nader onderzoek vergt.

Tijdens de zitting werd afgesproken dat partijen gezamenlijk zullen onderzoeken of voortzetting van de opslag met een melding op grond van artikel 4, tweede lid, van het Besluit mogelijk is zonder kostbare aanpassingen. Daarom schorst de Voorzitter het bestreden besluit tot zes weken na de bezwaarbeslissing, met verlenging indien binnen die termijn een voorlopige voorziening wordt gevraagd.

De Voorzitter zag geen aanleiding om verweerder in de proceskosten te veroordelen. De uitspraak werd gedaan op 30 augustus 2005 door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, Voorzitter, in aanwezigheid van mr.drs. M.A.G. Stolker.

Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom is geschorst tot zes weken na de bezwaarbeslissing met mogelijke verlenging.

Uitspraak

200506753/1.
Datum uitspraak: 30 augustus 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
"Sikkens Verkoop B.V.", gevestigd te Sassenheim,
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 19 juli 2005, kenmerk 3676143, heeft verweerder verzoekster een last onder dwangsom opgelegd wegens de opslag van verfproducten in strijd met voorschrift 2.1.4 van het Besluit Opslag- en transportbedrijven milieubeheer (hierna: het Besluit).
Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 1 augustus 2005, bij de Raad van State ingekomen op 2 augustus 2005, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 augustus 2005, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. N.H. van den Biggelaar, advocaat te Den Haag en E.D. Brendeke, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door W. van Asselt en ing. C.E. Scheepers, ambtenaren van de gemeente Apeldoorn, zijn verschenen.
Buiten bezwaren van partijen zijn nadere stukken in het geding gebracht.
2.    Overwegingen
2.1.    In voorschrift 2.1.4 van Bijlage I van het Besluit is bepaald, voor zover hier van belang, dat indien buiten de werkvoorraden in een ruimte of op een open terrein van de inrichting meer dan 25 kilogram of liter gevaarlijke stoffen of gevaarlijke afvalstoffen worden opgeslagen, de opslag plaatsvindt in een opslagruimte die voldoet aan CPR 15-1.
2.2.    Uitgaande van de stukken en hetgeen ter zitting is verhandeld, gaat de Voorzitter ervan uit dat de litigieuze verfproducten niet volgens CPR 15-1 zijn opgeslagen, zodat verzoekster handelt in strijd met voorschrift 2.1.4.
2.3.    Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
2.4.    Verzoekster stelt dat zij forse investeringen moet doen om aan  CPR 15-1 te voldoen. Zij betoogt dat, nu is aangekondigd dat CPR 15-1 zal worden vervangen door de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15 (PGS 15) en de verfproducten nu al zijn opgeslagen in overeenstemming met PGS 15, er concreet uitzicht bestaat op legalisatie van de opslag van de onderhavige verfproducten.
2.4.1.    Ter zitting is gebleken dat de vraag of legalisatie van de huidige wijze van opslag in de rede ligt slechts kan worden beantwoord aan de hand van meer gedetailleerde gegevens over die opslag. De onderhavige procedure leent zich niet voor een uitvoerige behandeling van dit punt.
2.4.2.    Partijen hebben ter zitting te kennen gegeven dat zij in het kader van de behandeling van het bezwaar gezamenlijk zullen bezien of de huidige opslag met een melding als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Besluit  kan worden voortgezet zonder kostbare wijzigingen. In afwachting van de behandeling van het bezwaar ziet de Voorzitter daarin, na afweging van de betrokken belangen, aanleiding tot het treffen van de hieronder in het dictum  weergegeven voorlopige voorziening.
2.5.    Vanwege de omstandigheden van het geval ziet de Voorzitter geen aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
schorst bij wijze van voorlopige voorziening, het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn van 19 juli 2005, kenmerk 3676143, tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op het bezwaar, met dien verstande dat indien binnen die termijn wordt verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, de schorsing doorloopt totdat op dat verzoek is beslist.
Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr.drs. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.
w.g. Hirsch Ballin    w.g. Stolker
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2005