ECLI:NL:RVS:2005:AU1775
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen milieuvergunning voor baggerdepot en puinbreker
Bij besluit van 25 januari 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Utrecht aan een vergunninghoudster een milieuvergunning voor tien jaar voor het opslaan en ontwateren van baggerslib, opslag van grondstoffen en het breken van puin op een perceel te een plaats. De vergunning werd ter inzage gelegd op 3 februari 2005. De vereniging 'Belangenvereniging Waardsebaan West' stelde beroep in tegen dit besluit, met name gericht tegen de uitbreiding van het baggerdepot voordat de westelijke en zuidelijke randwegen waren gerealiseerd.
Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het zich richtte tegen de uitbreiding van het baggerdepot, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de grondslag van het beroep ontvankelijk was. De Afdeling overwoog dat de vergunning slechts kan worden geweigerd indien de nadelige milieugevolgen niet kunnen worden voorkomen of voldoende beperkt door voorschriften, waarbij verweerder een beoordelingsvrijheid toekomt.
Appellante stelde dat de geluid- en trillinghinder van het verkeer van en naar de inrichting onaanvaardbaar was en dat verweerder dit ten onrechte niet had getoetst aan de relevante circulaire. De Afdeling oordeelde dat het verkeer ter plaatse van de dichtstbijzijnde woningen was opgenomen in het heersende verkeersbeeld en dat de hinder niet aan de inrichting kon worden toegerekend. Ook het betoog dat de uitbreiding van het baggerdepot pas na realisering van de randwegen mocht plaatsvinden faalde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning wordt ongegrond verklaard.