ECLI:NL:RVS:2005:AU1411

Raad van State

Datum uitspraak
24 augustus 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200410652/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Troostwijk
  • P.A. Offers
  • R. van der Spoel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging besluit handhaving zonder bouwvergunning woning op bedrijfsterrein

Het college van burgemeester en wethouders van Kessel weigerde handhavend op te treden tegen een zonder bouwvergunning opgerichte woning met garage op een bedrijfsterrein. De regionaal inspecteur VROM-Inspectie Regio Zuid stelde bezwaar en beroep in tegen deze weigering. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het college.

Het college handhaafde zijn standpunt in een nieuw besluit en ook dit werd door de rechtbank vernietigd. Hiertegen stelde appellante hoger beroep bij de Raad van State in. De kern van het geschil betrof de vraag of er ten tijde van de beslissing op bezwaar concreet zicht bestond op legalisatie van de woning.

De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat er geen concreet zicht was op legalisatie en bevestigde daarom de vernietiging van het handhavingsbesluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het handhavingsbesluit wegens ontbreken van concreet zicht op legalisatie.

Uitspraak

200410652/1.
Datum uitspraak: 24 augustus 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op de hoger beroepen van:
[appellante], wonend te Kessel,
tegen de uitspraak in zaak no. 04/692 GEMWT K1 van de rechtbank Roermond van 25 november 2004 in het geding tussen:
de regionaal inspecteur VROM-Inspectie Regio Zuid, zetelend te Eindhoven
en
het college van burgemeester en wethouders van Kessel.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 26 februari 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kessel (hierna: het college) afwijzend beslist op het verzoek van de regionaal inspecteur VROM-Inspectie Regio Zuid (hierna: de inspecteur) om handhavend op te treden tegen de zonder bouwvergunning opgerichte woning (met garage) op het bedrijfsterrein van en ten behoeve van [belanghebbende], plaatselijk bekend [locatie] te Kessel, kadastraal bekend gemeente Kessel sectie […] no. […].
Bij besluit van 8 november 2002 heeft het college het daartegen door de inspecteur gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 19 mei 2003 heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het daartegen door de inspecteur ingestelde beroep gegrond verklaard en de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd.
Bij uitspraak van 11 februari 2004, inzake no.
200304122/1, heeft de Afdeling het daartegen onder meer door het college ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard.
Bij besluit van 15 maart 2004 heeft het college het bezwaar van de inspecteur wederom ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 25 november 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Roermond het daartegen door de inspecteur ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 15 maart 2004 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 23 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 6 januari 2005, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
De inspecteur heeft gereageerd bij brief van 23 februari 2005.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 augustus 2005, waar is verschenen de inspecteur, vertegenwoordigd door mr. J.M.E. Stals en mr. C.I. Wong, gemachtigden.
2.    Overwegingen
2.1.    In geschil is slechts of ten tijde van de beslissing op bezwaar concreet zicht bestond op legalisatie van de woning. Anders dan appellante betoogt is de rechtbank op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat zodanig zicht op dat moment ontbrak en heeft zij derhalve het besluit van 15 maart 2004 terecht vernietigd.
2.2.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. R. van der Spoel, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.
w.g. Troostwijk    w.g. Willems
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2005
412.