ECLI:NL:RVS:2005:AU1401
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.P. Glerum
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake toelating leerling regulier voortgezet onderwijs Almere
De Bestuurscommissie Openbaar Onderwijs Almere verklaarde op 14 maart 2005 de bezwaren van ouders tegen de weigering van toelating van hun dochter tot reguliere voortgezet onderwijs scholen ongegrond. De voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad vernietigde deze beslissing op 19 mei 2005 en gaf een voorlopige voorziening om vóór 1 juli 2005 een nieuwe beslissing te nemen.
De Bestuurscommissie stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om schorsing van deze voorlopige voorziening. Ouders verzochten eveneens een voorlopige voorziening. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 11 augustus 2005.
De Voorzitter constateerde dat onvoldoende onderzoek was verricht naar vier punten zoals geadviseerd door de Advies Commissie Toelating en Begeleiding. Er was onvoldoende informatie om te beoordelen of de scholen kwalitatief goed onderwijs konden bieden zonder onoverkomelijke problemen. Daarom wees de Voorzitter het verzoek van ouders af om directe toelating per 5 september 2005 en gelastte de bestuurscommissie uiterlijk 26 september 2005 een nieuwe beslissing te nemen, inclusief een aanvullend rapport van de Stichting Leerlingenzorg Almere.
De zaak zal op 7 oktober 2005 worden behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek van ouders om directe toelating van hun dochter per 5 september 2005 wordt afgewezen en de bestuurscommissie moet uiterlijk 26 september 2005 een nieuwe beslissing nemen met aanvullend onderzoek.