Uitspraak
200201940/1volgt dat het bezwaar van de Vereniging niet-ontvankelijk moest worden verklaard, faalt. In voornoemde uitspraak betrof het een vereniging die op kwam voor de individuele belangen van een beperkt aantal agrarische ondernemingen, hetgeen volgens de statuten tot de doelstelling van die Vereniging behoorde en welk belang niet kon worden aangemerkt als een algemeen of collectief belang als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb. In dit geval doet zich deze situatie niet voor, aangezien de Vereniging opkomt voor het voornoemde collectieve belang. Ook de overige, ter zitting genoemde uitspraken leiden niet tot een ander oordeel.