ECLI:NL:RVS:2005:AU0770
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- J.R. Schaafsma
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedogen saneringsverplichting bodemverontreiniging
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland bij besluit van 24 december 2003 ingestemd met het vooralsnog niet nakomen van de saneringsverplichting voor een perceel te Zeeland onder voorwaarden. Appellant, de vennootschap onder firma Stomerij Korrekt, stelde bezwaar tegen het besluit van 6 juli 2004 waarin het bezwaar tegen deze gedoogverklaring ongegrond werd verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de voorwaarden verbonden aan de gedoogverklaring duidelijk maken onder welke omstandigheden alsnog tot sanering moet worden overgegaan, zoals bij ingrijpende verbouwing van de fundering of bij beschikbaar komen van nieuwe saneringstechnieken. Het beroep van appellant richtte zich op de weigering om voor een langere periode te gedogen dan in de verklaring was toegezegd. De Afdeling stelde vast dat deze weigering geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro vormt en dat appellant ten onrechte ontvankelijk was verklaard in zijn bezwaar.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en verklaarde appellant niet-ontvankelijk in zijn bezwaar tegen de voorwaarden. Tevens werd het college van gedeputeerde staten van Zeeland veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellant niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen de voorwaarden.