ECLI:NL:RVS:2005:AU0388
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- J. Heijerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake ontheffing stortverbod teerhoudende afvalstoffen
Derde Merwedehaven B.V. verzocht om een ontheffing van het stortverbod voor teerhoudend asfaltgranulaat, dakleer, bitumineus, teermastiek, gemengd dakafval en ongereinigd zeefzand. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, weigerde deze ontheffing bij besluit van 12 mei 2005. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening bij de Raad van State.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 28 juni 2005 en overwoog dat het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen het storten van genoemde afvalstoffen verbiedt, tenzij het bevoegd gezag een ontheffing verleent in het belang van doelmatig afvalbeheer en na een verklaring van de Minister dat geen andere wijze van afvalbeheer mogelijk is. Verzoekster stelde dat verweerder ten onrechte geen verklaring aan Senter Novem had gevraagd en dat het beleid van andere provincies ontheffingen verleent.
Verweerder voerde aan dat verwerking van de afvalstoffen mogelijk is of spoedig wordt verwacht en dat een ontheffing strijdig zou zijn met de Wet milieubeheer en het Landelijk afvalbeheerplan. De Voorzitter oordeelde dat verweerder terecht geen verklaring aan Senter Novem heeft gevraagd omdat geen voornemen tot ontheffing bestond. Verder was nader onderzoek nodig om te beoordelen of het besluit redelijk was, maar gezien de korte termijn waarop de bezwaarprocedure kon worden afgerond, was geen voorlopige voorziening nodig.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De Voorzitter verwachtte dat verweerder bij de beslissing op bezwaar ook het beleid van andere provincies zou betrekken. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de weigering van ontheffing voor het storten van teerhoudende afvalstoffen is afgewezen.