ECLI:NL:RVS:2005:AU0383
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- F.G. van Dam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake milieuvergunning voor afvalverwerkingsinrichting
Bij besluit van 12 april 2005 verleende het bevoegd gezag een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het sorteren van bouw- en sloopafval, het op- en overslaan van GFT- en groenafval, asbesthoudende materialen en het stallen van voertuigen en containers op een locatie te Zeeland. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 4 juli 2005. De Voorzitter overwoog dat de gronden van het beroep moeten zijn gebaseerd op bedenkingen tegen het ontwerpbesluit. De aangevoerde klacht dat niet is getoetst aan grenswaarden voor PM10 werd niet als een geldige bedenking tegen het ontwerp beschouwd, waardoor het beroep deels niet-ontvankelijk werd geacht.
Verder werd overwogen dat de wijziging van het ontwerpbesluit naar een oprichtingsvergunning geoorloofd was en dat geen sprake was van belangenbeschadiging van derden. Ten aanzien van de vrees voor stofhinder werd vastgesteld dat het sorteren binnen plaatsvindt en dat voorschriften zijn opgenomen om stofverspreiding te voorkomen, waardoor geen aanleiding bestond voor een voorlopige voorziening.
De Voorzitter wees het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 26 juli 2005.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de milieuvergunning voor de afvalverwerkingsinrichting wordt afgewezen.