ECLI:NL:RVS:2005:AU0133
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.H.M. van Altena
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag groot vaarbewijs wegens ontbreken erkend bewijs van bekwaamheid
Appellant heeft bij de Minister van Verkeer en Waterstaat een aanvraag ingediend voor het verkrijgen van een groot vaarbewijs. Deze aanvraag werd op 3 mei 2004 afgewezen omdat appellant niet beschikte over een bewijs van bekwaamheid dat door de Minister is erkend. Het bezwaar van appellant tegen deze afwijzing werd door de Minister ongegrond verklaard.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar, maar liet de rechtgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
In het hoger beroep stond centraal of de door appellant overgelegde Belgische verklaring, waarin hij geslaagd was voor theoretische proeven voor het Vaarbrevet A, gelijkgesteld kon worden aan het door de Minister erkende bewijs van bekwaamheid. De Raad van State oordeelde dat deze verklaring slechts een modaliteit is om het Vaarbrevet A te verkrijgen en geen erkend bewijs van bekwaamheid vormt zoals vereist in het Besluit vaarbewijzen binnenvaart.
De Raad van State bevestigde derhalve het oordeel van de rechtbank dat de Minister terecht de aanvraag van appellant heeft afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de aanvraag voor het groot vaarbewijs terecht is afgewezen wegens het ontbreken van een door de Minister erkend bewijs van bekwaamheid.