ECLI:NL:RVS:2005:AU0104
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling bouw loods voor caravanstalling in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Leerdam weigerde op 25 september 2002 een vrijstelling te verlenen voor de bouw van een loods van 1000 m² voor caravanstalling op een perceel in strijd met het bestemmingsplan. Appellanten startten na beëindiging van hun agrarisch bedrijf een garagebedrijf en caravanstalling, maar de bouw was niet toegestaan binnen het bestemmingsplan.
De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep tegen de weigering vrijstelling gegrond in een mondelinge uitspraak van 18 oktober 2004, maar verklaarde deze uitspraak ambtshalve vervallen en wees het beroep tegen de beslissing op bezwaar ongegrond in een uitspraak van 31 december 2004. Appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraken, maar trokken het hoger beroep tegen de vervallenverklaring in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep tegen de vervallenverklaring niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan belang en bevestigt de uitspraak van 31 december 2004. De Raad overweegt dat het provinciale beleid gericht is op het weren van niet-agrarische nieuwbouw in het buitengebied en dat de nota planbeoordeling 2002 dit uitgangspunt ondersteunt. Het betoog van appellanten dat de nota hergebruik en eenmalige uitbreiding toestaat, kan niet leiden tot een andere uitkomst omdat het bestemmingsplan dit niet toestaat en het provinciale beleid hieraan ten grondslag ligt.
Verder oordeelt de Raad dat de rechtbank niet tekort is geschoten in haar motivering en dat artikel 6 EVRM Pro en artikel 8:69 Awb Pro niet zijn geschonden. Ook is geen belemmering van het vrij verkeer van goederen, diensten of personen aannemelijk gemaakt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de uitspraak van 18 oktober 2004 is niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van 31 december 2004 wordt bevestigd.