Uitspraak
200406426/1). Het hoger beroep van de aanvrager is daarbij ongegrond verklaard.
Raad van State
De gemeenteraad van Alblasserdam stelde op 11 maart 2004 het bestemmingsplan 'Polder het Nieuwland' vast, inclusief een bestemmingsvoorschrift voor een laad- en loswal aan de rivier de Noord. Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland keurde dit plan op 12 oktober 2004 goed. De Minister van Verkeer en Waterstaat stelde beroep in tegen deze goedkeuring, stellende dat het gebruik van de laad- en loswal niet uitvoerbaar is omdat een vereiste ontheffing voor ligplaats innemen op de rivier de Noord niet is verleend en ook niet kan worden verleend volgens het geldende beleid.
De Raad van State overwoog dat het college bij de goedkeuring had moeten beoordelen of redelijkerwijs verwacht kon worden dat de ontheffing verleend zou worden. Dit was niet gebeurd. Het beleid voor ontheffingen op de rivier de Noord is restrictief vanwege de functie van de rivier als hoofdvaarweg en de noodzaak tot vierstrooksverkeer. De rivier heeft een breedte van 210 meter, minder dan de vereiste 217 meter, waardoor de laad- en loswal de doorstroming belemmert.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit tot goedkeuring van het plan met de laad- en loswal in strijd is met de zorgvuldigheidseisen en vernietigde het besluit voor zover het de laad- en loswal betreft. Tevens onthield zij goedkeuring aan deze bestemming. Het beroep werd gegrond verklaard en de provincie Zuid-Holland werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan met de laad- en loswal wordt vernietigd en goedkeuring wordt onthouden vanwege strijd met zorgvuldigheid en onuitvoerbaarheid.