ECLI:NL:RVS:2005:AT9688
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.C.K.W. Bartel
- J. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunningen voor mosseluitzaaiing in Oosterschelde
Op 21 april 2005 verleende de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vergunningen aan verzoeksters voor het uitzaaien en weer opvissen van mosselen in het natuurmonument Oosterschelde-buitendijks. Deze vergunningen waren geldig tot 31 december 2005. De Stichting De Faunabescherming maakte op 16 juni 2005 bezwaar tegen deze besluiten, maar dit bezwaar werd buiten de wettelijke termijn ingediend.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat op grond van artikel 19, tweede lid, van de Natuurbeschermingswet de werking van een vergunningbesluit wordt opgeschort zolang bezwaar of beroep binnen de termijn wordt ingediend. Omdat het bezwaar na de termijn was ingediend, traden de vergunningen op 3 juni 2005 in werking.
Daarom had het verzoek om een voorlopige voorziening geen zin en werd het afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige bezwaarprocedures en de werking van opschortende termijnen in bestuursrechtelijke vergunningen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens te laat ingediend bezwaar.