ECLI:NL:RVS:2005:AT9675

Raad van State

Datum uitspraak
20 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200500184/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Troostwijk
  • P. Lodder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.1.1 bouwverordening gemeente Deventer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering sloopvergunning gemeente Deventer

Het college van burgemeester en wethouders van Deventer verleende op 3 januari 2003 een sloopvergunning aan appellante. Na bezwaren van derden werd deze vergunning bij besluit van 27 mei 2003 herroepen en geweigerd. Appellante stelde beroep in bij de rechtbank Zwolle-Lelystad, die dit beroep op 29 november 2004 ongegrond verklaarde.

Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de behandeling van de zaak bleek dat appellante en het college niet verschenen waren bij de zitting van 24 juni 2005. De Raad van State overwoog dat appellante geen procesbelang meer had bij de beoordeling van het hoger beroep.

Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 20 juli 2005.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

200500184/1.
Datum uitspraak: 20 juli 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], gevestigd te [plaats],
tegen de uitspraak in zaak no. AWB 03/935 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 29 november 2004 in het geding tussen:
appellante
en
het college van burgemeester en wethouders van Deventer.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 3 januari 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer (hierna: het college) aan appellante een sloopvergunning als bedoeld in artikel 8.1.1 van de bouwverordening van de gemeente Deventer (hierna: de bouwverordening) verleend.
Bij besluit van 27 mei 2003 heeft het college, voor zover hier van belang, de bezwaren van [partij A] en [partij B] gegrond verklaard, het besluit van 3 januari 2003 herroepen en de sloopvergunning alsnog geweigerd.
Bij uitspraak van 29 november 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de rechtbank), voor zover hier van belang, het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 6 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brieven van 3 februari 2005 en 21 februari 2005. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 14 april 2005 heeft het college van antwoord gediend.
Bij brief van 28 maart 2005 heeft [partij B] een memorie ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juni 2005, waar appellante en het college met kennisgeving niet zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Uit de gedingstukken blijkt dat op 6 januari 2005 een sloopvergunning als bedoeld in artikel 8.1.1. van de bouwverordening is verleend voor het betrokken perceel aan de Welle/Noordenbergstraat (tussen 8 en 9) te Deventer.
2.2.    Nu gesteld, noch gebleken is dat appellante nog procesbelang heeft bij een beoordeling van het hoger beroep, dient dit niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.
w.g. Troostwijk    w.g. Lodder
Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2005
17-499.