ECLI:NL:RVS:2005:AT9667
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- F.P. Zwart
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bouwvergunning na intrekking
Het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne verleende op 2 januari 2001 een bouwvergunning voor het veranderen van een woning. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan procesbelang. De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde de beslissing, waarna het college de vergunning op 7 juli 2003 introk.
Appellant stelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard, mede omdat de bouwvergunning gedeeltelijk was uitgevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het intrekkingsbesluit van de bouwvergunning in rechte onaantastbaar is geworden, waardoor appellant met het hoger beroep niet meer kan bereiken dan hetgeen met de intrekking is bewerkstelligd. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat appellant schade heeft geleden die een procesbelang zou kunnen vormen. De gedeeltelijke uitvoering van de vergunning leidt niet tot een ander oordeel.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.