ECLI:NL:RVS:2005:AT9664
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vergunning lozing overtollig depotwater op Boterdiep niet onrechtmatig
Het waterschap Noorderzijlvest kreeg op 12 juli 2004 een vergunning voor het lozen van overtollig depotwater afkomstig uit een locatiedepot nabij Middelstum op het Boterdiep. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke aantasting van de waterkwaliteit en de onmogelijkheid om de lozingseisen na te leven.
De Raad van State overwoog dat de vergunning is verleend op basis van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Wet milieubeheer, waarbij milieutechnische inzichten en voorschriften ter bescherming van het milieu centraal staan. De vergunning bevatte voorschriften die het gehalte aan onopgeloste bestanddelen in het lozingswater beperken tot 50 mg/l voor klasse 3 specie en 200 mg/l voor klasse 2 specie.
Op grond van het deskundigenbericht en de omvang van het ontvangende oppervlaktewater achtte de Afdeling bestuursrechtspraak de normen toereikend om nadelige milieugevolgen te voorkomen of voldoende te beperken. Ook was er geen reden te twijfelen aan de naleefbaarheid van deze voorschriften.
Daarom verklaarde de Raad van State het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. De vergunning blijft van kracht voor de periode van vijf jaar zoals verleend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor lozing van overtollig depotwater op het Boterdiep wordt ongegrond verklaard.