ECLI:NL:RVS:2005:AT9645
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit geluidhinder inrichting
Verzoeker heeft bij besluit van 29 september 2005 een handhavingsverzoek ingediend betreffende de vergroting van een loods en stallingactiviteiten op een perceel te [plaats]. Dit verzoek is door verweerder afgewezen. Verzoeker stelde dat er onvoldoende handhaving plaatsvond tegen geluidhinder veroorzaakt door de inrichting.
Bij besluit van 12 april 2005 werd het bezwaar van verzoeker deels gegrond verklaard. Tijdens de zitting op 1 juli 2005 werd vastgesteld dat er handhavend wordt opgetreden tegen geluidhinder, onder meer door het opleggen van lasten onder dwangsom aan een belanghebbende wegens overschrijding van geluidgrenswaarden.
De Voorzitter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze handhaving niet effectief is en dat het geschil over de toepasselijke regelgeving (Besluit inrichtingen of oprichtingsvergunning) in de bodemprocedure moet worden behandeld. Daarom is het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening niet aanwezig en is het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.