ECLI:NL:RVS:2005:AT9642
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning onttrekking woonruimte met compensatie in Terschelling
Het college van burgemeester en wethouders van Terschelling verleende appellante op 18 juni 2002 een vergunning voor het onttrekken van woonruimte in een pand te Terschelling-West, onder oplegging van een financiële compensatie van € 264,55 per m³. Appellante maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de vergunningplicht voor onttrekking van woonruimte van toepassing is op alle woonruimte, ongeacht de bestemmingsplanstatus, en dat de woning feitelijk geschikt en bestemd was voor permanente bewoning. Het college mocht op grond van de Huisvestingsverordening en de Huisvestingswet voorwaarden verbinden aan de vergunning, waaronder het opleggen van financiële compensatie.
Appellante voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het algemeen belang zwaarder had gewogen dan haar individuele belang en dat de aangeboden vervangende woonruimte niet gelijkwaardig was. De Raad van State verwierp deze bezwaren en bevestigde dat het college het belang van de volkshuisvesting terecht zwaarder heeft gewogen en dat de personeelsverblijven geen zelfstandige woonruimte vormen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning met compensatie wordt bevestigd.