ECLI:NL:RVS:2005:AT9285
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen vergunning assimilatiebelichting
Bij besluit van 14 november 2003 verleende de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan appellante een vergunning onder voorwaarden voor het gebruik van assimilatiebelichting binnen een glastuinbouwlocatie in de Eerste Bathpolder te Rilland.
Appellante stelde dat zij tijdig bezwaar had gemaakt tegen dit besluit, maar verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de zeswekentermijn zoals bepaald in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de brief van 3 december 2003 van appellante niet als een bezwaarschrift kon worden aangemerkt, omdat daarin niet om een voorziening tegen het besluit werd gevraagd, maar om bevestiging van de uitleg van het besluit. Het daadwerkelijke bezwaar werd pas ingediend op 29 januari 2004, buiten de wettelijke termijn.
Omdat niet is gebleken van omstandigheden die het verzuim van appellante rechtvaardigen, is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen deze beslissing is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.