ECLI:NL:RVS:2005:AT9261
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en beoordeling risico uitzetting naar DRC
De minister wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af, maar verleende ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval heroverweging met inachtneming van de risico's bij uitzetting naar de Democratische Republiek Congo (DRC).
De minister stelde dat de rechtbank ten onrechte het risico van behandeling bij uitzetting onderzocht, omdat de vreemdeling niet zou worden uitgezet. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank wel mocht onderzoeken of uitzetting een reëel risico oplevert, maar dat de rechtbank het vereiste van specifieke individuele kenmerken niet juist had toegepast.
De Raad van State overwoog dat de minister zich op ambtsberichten mocht baseren tenzij concrete aanwijzingen voor onjuistheid bestonden. De door de vreemdeling ingebrachte stukken boden onvoldoende grond voor twijfel aan de ambtsberichten. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.