ECLI:NL:RVS:2005:AT8766
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Tilburg over ID-regeling en niet-ontvankelijkheid bezwaar
Op 17 maart 2003 besloot het college van burgemeester en wethouders van Tilburg dat werkgevers voor In- en Doorstroombanen (ID) vanaf 1 januari 2004 een bijdrage in loonkosten moeten betalen en dat bepaalde categorieën binnen de ID-regeling worden bevroren. Dit werd op 25 maart 2003 aan werkgevers, waaronder appellante, medegedeeld.
Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, dat door het college op 23 juni 2003 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit op 16 september 2004 eveneens ongegrond. Appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de brief van 25 maart 2003 een beleidsregel bevatte waartegen geen bezwaar of beroep mogelijk is. Hierdoor was het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk. Het besluit van 23 juni 2003 werd vernietigd en het beroep van appellante gegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van het college van Tilburg is vernietigd.