Uitspraak
200301512/1(AB 2004, 4) en 8 september 2004, nr.
200400429/1(JB 2004/365). Nu het in 2.5 bedoelde betoog direct verband houdt met de in bezwaar door appellante naar voren gebrachte stelling dat het college onzorgvuldig heeft besloten door de bouwvergunning op welstandsgronden te weigeren, is er geen reden waarom de rechtbank niet mede op grondslag daarvan uitspraak had kunnen doen. Dit behoeft echter niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak te leiden. Aan de omstandigheid dat al lange tijd bij het pand van appellante een vlaggenmast staat, behoefde het college, dat zich bij zijn beslissing mocht baseren op het negatieve advies van de welstandscommissie, geen doorslaggevend gewicht toe te kennen bij de beantwoording van de vraag of het de bouwvergunning mocht weigeren uit overwegingen van welstand. Daarom slaagt dit betoog niet.