ECLI:NL:RVS:2005:AT8751
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening ontgronding natuurvriendelijke oevers Boven-Linge bevestigd
Verweerder verleende op 4 mei 2004 een vergunning aan het waterschap Rivierenland voor het ontgronden van diverse percelen in de gemeenten Buren, Neder-Betuwe, Ochten en Opheusden. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege vrees voor overlast van watervogels en onkruid op hun percelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak behandeld en overwogen dat hoewel overlast van ganzen en andere watervogels aannemelijk is in het gebied, de vergroting van de wateroppervlakte door de ontgronding niet leidt tot een zodanige toename van overlast dat het besluit onredelijk is. Ook is het ontgronden noodzakelijk voor het vergroten van het waterbergend vermogen van de Boven-Linge.
Ten aanzien van onkruid is gesteld dat adequaat maaibeheer wordt gewaarborgd door overdracht van gronden aan het waterschap, en dat het aan de vergunning verbonden voorschrift voldoende is om overlast te voorkomen. De Afdeling ziet geen reden om het besluit te vernietigen en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunning voor ontgronding zijn ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.