ECLI:NL:RVS:2005:AT8413

Raad van State

Datum uitspraak
22 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200505250/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • K. Brink
  • M.A.G. Stolker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 6:19 AwbArt. 40 WoningwetVoorschrift 8.2 Bijlage 1 Besluit akkerbouwbedrijven Milieubeheer
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom aanleg containerveld

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen vanwege de aanleg van een containerveld op een perceel. De last was gebaseerd op overtreding van het bestemmingsplan, de Woningwet en voorschrift 8.2 van Bijlage 1 bij het Besluit akkerbouwbedrijven Milieubeheer.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat hij niet bevoegd is om te oordelen over geschillen met betrekking tot bestemmingsplannen en de Woningwet en beperkt zich daarom tot de overtreding van voorschrift 8.2. Dit voorschrift verbiedt dat afvalstoffen, anders dan snoeihout en bladeren, in de bodem terechtkomen of worden gebracht, en stelt eisen aan het bewaren en bezigen van afvalstoffen op de bodem.

De Voorzitter stelt vast dat voorschrift 8.2 specifiek ziet op bedrijfsafvalstoffen die vrijkomen bij het functioneren van een akkerbouwbedrijf en niet van toepassing is op bouwstoffen die gebruikt worden voor de aanleg van de verharding van het containerveld. Daarom is er geen sprake van overtreding van dit voorschrift en wordt de last onder dwangsom geschorst.

Daarnaast veroordeelt de Voorzitter het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekster. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarmee ingewilligd.

Uitkomst: De last onder dwangsom voor overtreding van voorschrift 8.2 van Bijlage 1 bij het Besluit wordt geschorst en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

200505250/1.
Datum uitspraak: 22 juni 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], gevestigd te [plaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 1 juni 2005, kenmerk R/V&H/CVP, heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd in verband met de aanleg van een containerveld op het perceel, plaatselijk bekend [locatie] te [plaats].
Bij besluit van 15 juni 2005, kenmerk R/V&H/CVP, heeft verweerder de grondslag van de last van het besluit van 1 juni 2005 gewijzigd en het bedrag van de dwangsom verhoogd.
Tegen het besluit van 1 juni 2005 heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 17 juni 2005, bij de Raad van State ingekomen diezelfde dag, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen ten aanzien van het besluit van 15 juni 2005.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 juni 2005. Daar zijn namens verzoekster verschenen mr. W.H. Lindhout, advocaat te Bergen op Zoom, mr. M. Klijnstra, advocaat te Amsterdam, P.G.M. Backx, drs. ing. Hendriks en [gemachtigde]. Verweerder is daar vertegenwoordigd door mr. C.C.J. van Puijenbroek.
2.    Overwegingen
2.1.    De last is opgelegd voor het overtreden van het bestemmingsplan "Buitengebied 1998", artikel 40 van Pro de Woningwet en voorschrift 8.2 van Bijlage I bij het Besluit akkerbouwbedrijven Milieubeheer (hierna te noemen: het Besluit).
2.2.    Ingevolge artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wordt het bezwaar tegen het besluit van 1 juni 2005 geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 15 juni 2005.
2.3.    De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad  van State is in de onderhavige procedure niet bevoegd te oordelen over geschillen met betrekking tot de naleving van bestemmingsplannen en de Woningwet, zodat hij zich in deze voorlopige voorzieningsprocedure moet beperken tot hetgeen in het besluit van 15 juni 2005 is bepaald over overtreding van voorschrift 8.2 van bijlage 1 bij het Besluit.
2.4.    In voorschrift 8.2 van Bijlage I behorende bij het Besluit is bepaald dat afvalstoffen, niet zijnde snoeihout, bladeren en soortgelijke afvalstoffen, niet in de bodem terecht mogen komen of in de bodem worden gebracht en dat het bewaren of bezigen van afvalstoffen op de bodem zodanig moet geschieden dat geen verontreiniging kan optreden.
2.5.    De activiteiten waarop de last onder dwangsom ziet betreffen het aanleggen van de bodem en de onderliggende verharding van een zogeheten containerveld ten behoeve van de plantenteelt. Verzoekster beoogt dat veld te realiseren overeenkomstig de eisen uit het Bouwstoffenbesluit.
2.6.    Naar het oordeel van de Voorzitter ziet voorschrift 8.2 van Bijlage 1 bij het Besluit specifiek op (bedrijfs)afvalstoffen die vrijkomen bij het in werking zijn van een akkerbouwbedrijf en is die bepaling niet van toepassing op de bouwstoffen die worden gebruikt bij het aanleggen van meergenoemde verharding. Van overtreding van voorschrift 8.2 van Bijlage 1 bij het Besluit is dan ook geen sprake. De Voorzitter ziet reeds hierom reden om de last onder dwangsom in zoverre te schorsen.
2.7.    Concluderend dient het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening te worden ingewilligd.
2.8.    Verweerder dient te worden veroordeeld in de proceskosten.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen van 15 juni 2005, R/V&H/CVP, voorzover de last onder dwangsom is opgelegd voor overtreding van artikel 8.2 van bijlage 1 bij het Besluit;
II.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen tot vergoeding van bij verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Gilze en Rijen aan verzoekster onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;
III.    gelast dat de gemeente Gilze en Rijen aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 276,00 (zegge: tweehonderzesenzeventig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink    w.g. Stolker
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2005
157.