Uitspraak
200400742/1heeft de Afdeling het besluit van verweerder van 12 december 2003, kenmerk DGWM/2003/16513, strekkende tot verlening van een oprichtingsvergunning, vernietigd, nu dit besluit zich vanwege overschrijding van de zonegrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde op zonepunt Z20 niet verdroeg met artikel 8.10, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer in hun onderlinge samenhang bezien. Bij het bestreden besluit van 7 december 2004 heeft verweerder opnieuw op de aanvraag van appellante van 26 maart 2003 beslist en de aangevraagde vergunning alsnog geweigerd. Verweerder heeft daarmee binnen de naar analogie van artikel 3:28 van Pro de Algemene wet bestuursrecht geldende beslistermijn van zes maanden op de aanvraag beslist. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verweerder heeft kunnen oordelen dat niet viel te verwachten dat binnen deze beslistermijn geluidruimte op zonepunt Z20 zou ontstaan die de mogelijkheid zou bieden de oprichting van de inrichting van appellante te vergunnen. Nu verweerder derhalve mocht aannemen dat het ontstaan van de benodigde geluidruimte enkel zou kunnen plaatsvinden na afloop van deze beslistermijn en de in dit geval naar analogie van artikel 3:28 van Pro de Algemene wet bestuursrecht geldende beslistermijn van zes maanden zich ertegen verzet dat de beslissing op de aanvraag tot na die termijn wordt aangehouden, heeft verweerder zich bij het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat de vergunning diende te worden geweigerd.