ECLI:NL:RVS:2005:AT7966
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing energiepremie wegens onbevoegdheid verweerder
Appellanten vroegen om een energiepremie, welke door verweerder bij besluit van 19 december 2003 werd afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard. Appellanten stelden beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de aanvraag van appellanten betrekking had op de premieregelingen 2001 en 2002, welke belastingmaatregelen zijn. De bevoegdheid tot besluitvorming hierover berust bij de Staatssecretaris van Financiën of een door hem aangewezen bestuursorgaan, niet bij verweerder. Hierdoor was verweerder onbevoegd om op de aanvraag te beslissen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, herroept het eerdere besluit van 19 december 2003 en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak werd terugverwezen aan het bevoegde bestuursorgaan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de energiepremie wordt vernietigd wegens onbevoegdheid van verweerder.