ECLI:NL:RVS:2005:AT7960
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering velvergunning voor monumentale bomen in Oosterhout
Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout weigerde op 2 mei 2003 een velvergunning voor het kappen van drie bomen. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Breda verklaarde het beroep gegrond voor twee bomen (16 en 18) wegens gebrek aan belang, maar ongegrond voor de derde boom (17), die op de lijst van monumentale bomen staat.
Appellant stelde dat hij nog belang had bij de bomen 16 en 18, maar de rechtbank oordeelde dat hij geen zakelijk recht meer had omdat het perceel niet langer zijn eigendom was. Het college was bevoegd de vergunning te weigeren voor boom 17 op grond van de APV omdat deze op de monumentenlijst stond.
Appellants argumenten over onvoldoende belangenafweging, strijd met het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel werden door de Raad van State verworpen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het college in redelijkheid de vergunning kon weigeren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de velvergunning bevestigd.