ECLI:NL:RVS:2005:AT7487
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. Konijnenbelt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake overbrenging afvalstoffen naar Duitsland
Verzoekster wilde 5.000.000 kg gemengde restfractie, afkomstig van de sortering van bouw- en sloopafval, bedrijfsafval en stedelijk afval, overbrengen naar Duitsland. Verweerder maakte bezwaar op grond van de Europese Verordening 259/93/EEG betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen de Europese Gemeenschap.
Verzoekster diende vervolgens een verzoek in bij de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen tegen het bezwaar. Tijdens de zitting op 9 juni 2005 bleek dat verzoekster voldoende opslagcapaciteit had om de afvalstoffen tijdelijk op te slaan in afwachting van de beslissing op bezwaar.
De Voorzitter nam ook in aanmerking dat verweerder had toegezegd binnen twee weken op het bezwaar te zullen beslissen. Gezien deze omstandigheden oordeelde de Voorzitter dat er geen spoedeisend belang was om een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.